Het hoge woord

Het hoge woord is er uit. Ouders, vriend en stage begeleider weten van mijn falen. Eindelijk wist ik de moed bij elkaar te rapen om het ze te vertellen. Nouja, vertellen. Laf als ik ben heb ik een briefje voor mijn vriend en stage begeleider gemaakt. Mijn vader heb ik een whatsapp gestuurd. 

Ik had gehoopt dat ik me opgelucht zou voelen. Dat ik nu eindelijk een nacht goed kon slapen. Dat ik geen spanning meer voelde, maar opluchting. Dat ik mee gesteund voelde door al mijn dierbare. In plaats daarvan voel ik me nog slechter dan ik al deed. Ik heb de hele nacht, en nu de hele dag gehuild. Even lukt het om de tranen binnen te houden, maar net zo snel komen ze weer naar buiten.

Nog steeds zou ik het liefste willen verdwijnen. Mijn spullen pakken en wegwezen. Nooit meer terug naar alle ellende, met een schone lei heel ergens anders beginnen. Maar ik weet dat dat ook niks op lost. Waar moet ik heen? Ik heb niks, en ook nergens om heen te gaan. Ook zou ik mijn geliefden daar ontzettend zeer mee doen. Nog meer dan ik nu al doe. En die gedachte houdt me thuis. Die gedachte brengt me naar huis van mijn stage. Was dat er niet, dan had ik dit nu niet geschreven.

Kreeg ik maar een ongeluk. De gedachten om voor de trein te springen, of met mijn auto frontaal tegen een ander op te botsen, schieten door mijn hoofd. Opnieuw houdt de liefde me tegen. Maar de liefde wordt steeds minder. Ik heb iedereen teleurgesteld, inclusief mijzelf. Ik houdt niet van mezelf, en anderen evenmin.

Was er maar een gek die mij aan viel. Dan had ik een goede reden om te stoppen met studie. Om emotioneel helemaal aan de bodem te zitten. Maar nee, ik ben zelf die gek, en niemand lijkt het door te hebben.

'Je hebt helemaal geen psycholoog nodig! Je moet het gewoon doen!', dat is wat ik hoorde toen ik zei dat ik hulp wilde zoeken. Ik heb het niet nodig, ik doe alles gewoon expres. Al jaren lang vergooi ik mijn leven, gewoon omdat ik mijn best niet doe. Alsof ik dit wil!

Wat haat ik mijzelf. Waarom kan ik niet gewoon zijn zoals iedereen? Waarom kan ik niet gewoon een studie volgen en halen net als iedereen? Waarom kan ik niet zijn zoals ik wil, waarom kan ik niet gewoon doen wat ik wil? Waarom ben ik zoals ik ben, en niet zoals ik wil zijn?

En waarom begrijpt niemand mij? Waarom snapt niemand hoe ik mij voel? Waarom begrijpt niemand dat ik door een hel ga? Ik snap heus wel dat anderen telleurgesteld zijn in mij, dat ze boos zijn op mij, maar waarom zien zij niet dat ik het ook moeilijk heb? Misschien nog wel moeilijker! Alsof ik dit wil! Nee, ik wil ook normaal zijn, een leuke baan, een huis kopen, trouwen, gezin. En wat krijg ik? Een verschrikkelijk persoonlijk obstakel die ik niet kan overwinnen.  

Het hoge woord is er uit, maar de ellende begint pas.  

Eerste blog

Het is 18 november 2013, mijn humeur heeft een dieptepunt bereikt. Tijd om alles van mij af te schrijven middels een blog. 

Wat zou ik graag gewoon verdwijnen, gewoon weg. Dat ik er niet meer ben. Maar dat kan niet. En wil ik dat ook wel echt? Nee, ik wil dat het goed met me gaat! Dat het me wel lukt om mijn opleiding te halen; dat het me wel lukt om de confrontatie aan te gaan; dat ik wel stevig in mijn schoenen sta; dat ik durf te zeggen, tegen iedereen, wat ík wil. Wat mij tegen houdt? Mijn pestverleden. Enige nuance is hier op zijn plaats: ik ben nooit geschopt of geslagen. Er werd nooit op mijn gespuugd, mijn fiets werd niet kapot gemaakt. Maar ik werd wel buiten gesloten; ik hoorde er niet bij. Niemand wilde naast me zitten. Niemand wilde met mij spelen. Ik was alleen.

Het begon toen ik naar een andere basisschool ging. Van een kleine, christelijke school, naar een grote openbare. Van een klas met 10 leerlingen, naar een combinatieklas met bijna 30 leerlingen. Van mijn vertrouwde omgeving, naar een onbekende wereld. Eerst vond ik dat niet eens zo erg. Nu kon ik nieuwe vriendinnen krijgen, hoefde ik minder ver te fietsen. Tot ik in de nieuwe klas kwam. Ik was de nieuweling, degene die haar plekje nog moest veroveren, terwijl de rest dat al lang gedaan had. Maar er was geen plek voor mij. Tenminste, ik kon hem niet veroveren. Ik was de nieuweling, die nergens bij hoorde. Ik mocht niet met groep 5 op het klimrek, als nieuweling hoorde ik bij groep 4.

Het gekke is dat ik toen niet eens doorhad dat ik werd gepest. Pas later, nu ik er op terug kijk, zie ik het. De jaren na groep 5 verliepen zonder problemen; ik had verkering, vriendinnen, leerde goed. Tot ik groep 8 had afgerond. Toen moest ik naar een nieuwe (middelbare)school. Het hele verhaal van voor af aan. Ik moest mijn plekje zien te veroveren, samen met een tiental andere scholieren. Net een oorlogsgebied. Er werden vrienden gemaakt, en er werden vijanden gemaakt. Ik maakte alleen vijanden. Het leek net alsof niemand mij aardig vond, alsof niemand door had dat ik gekwetst werd. Klasgenoten wilden niet naast mij zitten, wilden niet met mij omgaan. Ik werd verstoten door mijn klas. Ik hoorde er niet bij. Ik stonk. 

Twee jaar lang had ik niemand om mee om te gaan. Niemand keek naar mij om. Ik wist het vol te houden door mij af te sluiten. Ik negeerde mijn situatie. Als ik maar deed of het niet zo was, dan was het er ook niet. Ik hield mijn problemen voor me. Als mijn lesdag voorbij was, kon ik naar huis, en was alles voorbij. Het moment dat ik het schoolplein verliet, bestond er geen school voor mij. Er bestond geen plek waar ik mij onveilig voelde. Thuis was een veilige plek, een goede plek. Een plek waar ik niet aan mijn problemen hoefde te denken.

Deze jaren hebben mij gevormd tot wie ik nu ben. Een leuke meid. Altijd vrolijk, altijd op zoek naar gezelligheid. Gaat iets niet zoals ik wil? Gaat iets niet zoals het moet? Dan negeer ik het. Zo hoef ik niet te denken aan de negatieve dingen. Zo kan ik mij focussen op al het goede. En er is veel goeds in mijn leven.

In 2008 heb ik mijn vriend leren kennen. Nu, 5 jaar later, wonen we samen en hebben we het goed. We zijn gelukkig samen. Ik heb vriendinnen, waar ik geregeld mee afspreek. Ik ben actief bij scouting, waar ik het ontzettend naar mijn zin heb. Op mijn huidige stageplaats is het ook erg leuk. Fijne collega's, leuk werk. Ik heb zoveel goeds in mijn leven, waarom zo ik me druk maken om wat er niet goed gaat? Waarom zou ik me richten op zaken die ik eng vind, die ik moeilijk vind? Waarom? Omdat ik juist die dingen moet doen om te blijven doen wat ik nu doe. Ik kan mijn moeilijkheden niet negeren, ik moet conflicten aangaan. Maar ik doe het niet. Het is toch veel leuker om het uit de weg te gaan? Ja, dat is het, maar alleen op het moment zelf.

 Na de havo ben ik HBO-Verpleegkunde gaan doen. Dit mislukte, dus ben ik na een jaar overgestapt naar MBO-Verpleegkunde. Ik kwam op een school die bij mij paste. Er werd mij verteld wat ik moest doen, en dat deed ik. Alles ging goed. Tot ik stage moest lopen. Hier moest ik alles zelf doen. Hier werd mij niks voorgekauwd. Hier was ik degene die initiatief moest tonen. En daar kwamen de problemen. Dat kon ik helemaal niet! Ik vond het eng. Eng om hulp te vragen, eng om tijd van een ander op te eisen. Mijn eerste stage was een flop. Veel geleerd, maar niks behaald. Een tweede stage verliep hetzelfde. In overleg met school besloot ik om naar het 'Student Advies Bureau', het SAB, te gaan. Daar had ik gesprekken met een student begeleider. Ik moest terug denken waar mijn problemen vandaan kwamen. Pas hier werd ik mij bewust van mijn pestverleden, en welke invloed dat op mij heeft gehad. Ik volgde een 'empowerment training' die mij inzicht gaf ik mijn problemen. Deze bewustwording hielp mij om mijn problemen aan te pakken. Ik wist waar het vandaan kwam, maar ik had nu ook geleerd dat ik mijn problemen aan kon pakken! Wat was het ergste wat er kon gebeuren als iemand zei dat ze geen tijd voor mij had? Tsja, dat was eigenlijk helemaal niet zo erg. Met deze wetenschap ging ik mijn derde stage in. Een doelgroep die mij aansprak, een leuk team, en een meer zelfverzekerde ik. En het lukte! Ik haalde mijn stage, rondde veel opdrachten af. Ik kreeg weer zelfvertrouwen. Zie je wel dat ik het kan! Met pijn in mijn hart nam ik afscheid van een geweldige stage periode. Nu wist ik dat ik mij opleiding kon halen. 

Toen kwam mijn vierde, en laatste, stage. Na even de kat uit de boom gekeken te hebben, voelde ik me ook hier helemaal op mijn plaats. Ik had een goede planning, een fijne begeleider en ontzettend leuke collega's. Ik werd de hemel in geprezen: nog nooit hadden ze zo'n goede en oeuke stagiaire gehad. Maar mijn opdrachten? Die werden niet afgetekend, omdat ik dat niet liet doen. Opnieuw raakte ik in een neerwaarste spiraal, en opnieuw negeerde ik mijn problemen. Het eind van het schooljaar, en de diplomering, kwamen steeds dichterbij. Steeds meer voelde ik de spanning: ik ging het niet halen. Niemand wist dit. Ik hield het voor mezelf: wanneer ik net doe of de problemen niet bestaan, verdwijnen ze vanzelf. Maar ik wist ook, dat ok dat miet voor altijd vol kon houden. En dus gebeurde het, dat ik mijn hele omgeving moest vertellen dat ik mijn opleiding niet zou halen. Als donderslag bij heldere hemel.

Mijn omgeving reageerde beter dan verwacht. Inplaats van lange donderpreken, kreeg ik bemoedigende woorden te horen. Van alle kanten werd hulp aangeboden. Wat voelde ik mij gesteund, wat voelde ik mij blij dat ik me omringd had met mensen die van mij hielden. Dus begon ik met volle moed aan het afronden van een opleidingsniveau lager. Ik mocht op mijn stageplaats blijven, ik zou weer begeleiding van SAB krijgen. Ik had vertrouwen dat het me ging lukken: dit moest ik toch kunnen?

Zonder te weten wat ik moest doen begon ik aan het nieuwe schooljaar. En al snel kwamen de mailtjes: ik had dit niet geregeld, ik had zus niet gedaan, ik moest zo nog doen. Als onder een lawine bedolven probeerde ik mijn hoofd boven water te houden. Tevergeefs. Om deze problemen op te lossen moest ik (innerlijke) conflicten oplossen, confrontaties aangaan. En ik kwam er achter dat ik dit nog steeds niet beheerste. Nog steeds ging ik mijn problemen uit de weg, negeerde ik ze. 

Toen een docent aangaf een gesprek met mij te willen, dacht ik dat alles goed moest komen. Nu zou ik te weten komen wat ik nog moest doen. Maar het gesprek verliep heel anders. Er werd mij medegedeeld dat ik moest stoppen met de opleiding. Heel diep van binnen had ik dit wel aan zien komen, maar toch kwam dit nieuws als een schok. En nu moest ik mijn omgeving, die mij zo gesteund had, die mij hulp had aangeboden, die dachten dat alles goed ging, gaan vertellen dat ik opnieuw gefaald had. En op dat punt ben ik nu beland. Ik weet dat ik moet stoppen, dat ik deze week word uitgeschreven van de opleiding, dat ik dezelfde opleiding ga volgen op een andere school een leerjaar terug, maar niemand anders weet het nog. Opnieuw komt hier het conflict vermijden om de hoek kijken. Zulk slecht nieuws, waar ook ik mij niet prettig bij voel, is niet eenvoudig te vertellen. 

Dus daarom zou ik graag gewoon verdwijnen, gewoon weg. Dat ik er niet meer ben. Maar dat kan niet. En wil ik dat ook wel echt? Nee, ik wil dat het goed met me gaat! En dat ik aan iedereen kan zeggen: zo ben ik, dit is wie ik ben. Er moet nog wat aan geschaaft worden, maar dit is Jantine. Een meisje die nog zoveel te leren heeft. Een meisje die zich nog zo klein voelt. Maar dat ben ik, en niks anders.